Creëren is het nieuwe leren

oktober 2, 2019

Met creatieve denkprocessen als uitgangspunt ontwerp je opleidingen en trainingen waarin mensen diepgaand en praktijkgericht leren.

Creëren betekent verbindingen leggen. Uit verrassende combinaties van het bekende iets nieuws tevoorschijn toveren. Precies dat is eigenlijk ook de manier waarop wij van nature leren. We zien, horen of beleven iets en combineren dat met wat we al weten. Zo ontstaan nieuwe inzichten, die we bijna als vanzelf gaan toepassen. Dat resultaat wil je ook bereiken met een opleiding of training.
Het boek Creativiteit Hoe? Zo! van Igor Byttebier, gaat over het vormgeven van creatieve processen. De vertaalslag van creatief denken naar leerprocessen heb ik voor je gemaakt in dit artikel. Dat levert 5 tips om opleidingen en trainingen effectiever te maken, die je eenvoudig kunt inzetten in je onderwijs/trainingspraktijk. De bijbehorende inforaphic Creatieve Processen kun je gratis downloaden.

Over creatief denken en creatieve processen

Het creatieve proces bestaat uit drie fasen;

  • Analyseren van de situatie om te komen tot de juiste startvraag
  • Divergeren om zo veel mogelijk (vernieuwende) oplossingen te bedenken
  • Convergeren om de best passende oplossing te kiezen

Elke fase kent verschillende instrumenten en randvoorwaarden. In de eerste fase is van belang dat de startvraag scherp is en bovendien een eigenaar heeft. Iemand die het vraagstuk wil, kan en mag oppakken. De tweede fase vraagt om het schakelen naar een creatieve mindset en om het inrichten van het creatieve denkproces. Met inspirerende werkvormen om out-of-the-box denken te faciliteren. Voldoende tijd en ruimte om te experimenteren zijn belangrijke randvoorwaarden. In de laatste fase draait om zorgvuldig af wegen welke oplossing het best voldoet aan de criteria. Naast een open blik, is hier tijd en ruimte nodig om eventueel nog oplossingen met elkaar te combineren en aan te passen. Vanuit deze randvoorwaarden zijn 5 tips te formuleren voor het inrichten van effectieve leerprocessen:

Creëer eigenaarschap met een gerichte leervraag

In een traditioneel leerproces formuleert de docent of trainer een leerdoel. Dat is iets anders dan een leervraag. In de eerste plaats is de eigenaar van het leerdoel de aanbieder van kennis, de eigenaar van een leervraag is de deelnemer of student. In de tweede plaats gaat een leerdoel vaak vooral over de kennis en vaardigheden die worden aangeboden; de deelnemer heeft het vermogen ontwikkeld om effectief om te gaan met weerstand in gesprekken. Een leervraag gaat over datgene wat de deelnemer met die kennis en vaardigheden wil kunnen doen. Bijvoorbeeld: “Ik ben in staat een goed gesprek te voeren met een medewerker die niet mee wil in een veranderproces”. Tot slot heeft een leervraag de vorm van een vraag. “Hoe kan ik bemiddelen in een zakelijk conflict tussen twee partijen?”. Dit laatste is cruciaal. De hoe kan ik/hoe kunnen wij vraag zorgt er namelijk voor dat onze hersens automatisch op zoek gaan naar antwoorden. Dat stelt ons (in dit geval de student/deelnemer) in staat om ons te concentreren en om tijd en moeite te steken in een leerproces.

Stimuleer een creatieve mindset

De tweede fase (divergeren) bestaat uit het verzamelen van ideeën en mogelijkheden. In het leerproces kunnen dat theorieën en modellen zijn, maar in deze fase past ook het experimenteren met verschillende strategieën. Deze fase levert zowel alternatieve mogelijkheden als inzichten op. Wat nodig is in deze fase is een specifieke mindset. De eerste belangrijke component daarvan is het open.
Open waarnemen betekent dat meerdere (alle) zintuigen gebruikt worden en dat de waarnemingen nog even niet worden geduid. Alles kan meerdere betekenissen (of functies) hebben. Het ligt er maar aan welke combinaties je maakt of vanuit welk perspectief je kijkt. In leerprocessen kun je dit stimuleren met werkvormen die zich richten op verschillende zintuigen (beeld, geluid, beweging/tastzin), maar ook door letterlijk vanuit verschillende invalshoeken, of met verschillende petten op naar een vraag te kijken. Wat let je om een lokaal in stukken te delen en voor elk perspectief een ander stuk te gebruiken?

Zorg voor faalruimte

De tweede voorwaarde voor divergeren is het uitstellen van oordeel. Dit betekent dat ideeën nog niet getoetst worden aan criteria. Elk “slecht” idee kan immers de inspiratie zijn voor een briljant idee. Kwantiteit is, zeker bij de start van deze fase even belangrijker dan kwaliteit. In de meer traditionele, op reproduceren gerichte leerprocessen wordt 1 methode aangeboden die de deelnemers/leerlingen zo goed mogelijk moeten navolgen. In termen van diepgang van het leren komen we daarmee hooguit op het niveau van toepassen. Niet bij het daadwerkelijk creëren van nieuwe inzichten. Op een leerproces divergerend in te richten is tijd en ruimte nodig. Maar belangrijker nog, het idee dat een “mislukking” ook nuttig is! Een mogelijkheid om te leren, al is het maar wat niet werkt. Voor de meeste docenten en trainers, mijzelf inclusief, is dat best lastig. De docent als coach is hier het devies. Vooral vragen blijven stellen en uitdagen nog meer mogelijkheden te onderzoeken en niet op te geven.

Faciliteer interactie met inspirerende werkvormen

Slecht nieuws voor degenen die graag solo opereren; creatieve processen zijn groepsactiviteiten. Leren van en met elkaar zorgt voor meer ideeën, meer invalshoeken en meer kennis en vaardigheden. En ja, het nadeel zou kunnen zijn dat het iets langer duurt. Daar is iets aan te doen. Om snel voor concrete resultaten te zorgen kun je werkvormen inzetten die creativiteit stimuleren. In het boek van Byttebier staan diverse creatieve werkvormen. Met een beetje creativiteit kunnen deze prima aangepast worden voor leerprocessen. Wil je zelf iets minder creatieve inspanning dan zijn de boeken Gamestorming (voor facilitators) en Het gaat steeds beter, Activerende werkvormen voor de onderwijspraktijk (voor docenten en trainers) een aanrader.

Maak van een oordeel geen eindpunt

In de laatste fase, het convergeren, toetsen we in hoeverre oplossingen voldoen aan de criteria en kiezen op basis daarvan de beste. Dat eerste is meestal ook onderdeel van het leerproces (de toets of het examen), met dat laatste hebben veel opleidingen meer moeite. De toets bepaalt of iemand slaagt of zakt, gezakt betekent opnieuw toetsen. Een afsluiting die meer op het creatieve proces lijkt laat toe dat oplossingen worden bijgesteld, net zo lang tot aan de criteria voldaan is. In het hoger onderwijs zie je nu wel vergelijkbare ontwikkelingen, bijvoorbeeld met het toetsen in de vorm van portfolio opbouw en met zelfgestuurd leren, waarbij toetsen onderdeel is van het leerproces.

Tot slot

Als creëren belangrijk is in je leerproces, zijn er veel ontwerp ideeën en instrumenten te halen uit creatieve denktechnieken en processen. Alle tips nog eens overzichtelijk bij elkaar? Download de infographic creatieve processen.

Ontvang de link naar de download

    X