De kracht van tegenstellingen

mei 1, 2020

Hoe kan ik als coach tegenstellingen gebruiken om kernpatronen te achterhalen

Eén van de dingen waarin je als coach echt van meerwaarde kunt zijn, is bij het helpen herkennen en duiden van onderliggende patronen in de casuïstiek van je coachee. Deze patronen kunnen zich verstoppen in voor het oog heel verschillende situaties. Door het achterliggende kernpatroon op te pakken met je coachee, kun je hem of haar (of hen als je met een team werkt) helpen dezelfde kuil de volgende keer te vermijden. Sterker nog, je helpt om daar niet meer in de buurt te komen. In dit artikel laat ik twee methoden zien om kernpatronen te achterhalen. Beiden zijn gebaseerd op het werken met tegenstellingen.

Waarom tegenstellingen?

Kernpatronen zijn terugkerende situaties op het levenspad van de coachee die samenhangen met een vergelijkbaar onderliggend vraagstuk. Vaak heeft het onderliggende vraagstuk de vorm van een afweging of tegenstelling tussen twee uitersten. De coachee wordt dan telkens geconfronteerd met het vinden van een balans of het maken van een keuze rondom dit thema. Bijvoorbeeld vrijheid en verbondenheid, geven en nemen, erkenning en voldoening, recht en redelijkheid. Merk op dat het niet persé gaat om zwart – wit tegenstellingen maar om waarden of normen die op enig moment met elkaar concurreren. Vaak is de coachee zich niet bewust van de rol en betekenis van die waarden in zijn of haar leven. Bij veel kernwaarden is het zo dat deze een betekenislaag hebben meegekregen in de loop van het leven. En dat het niet de waarde zelf maar de betekenislaag of achterliggende overtuiging is die ervoor zorgen dat concurrentie optreedt tussen waarden. Door te achterhalen welke waarden dit zijn en welke achterliggende betekenis ze hebben voor de coachee, kun je als coach helpen een balans te vinden of waarden met elkaar te verbinden. De twee methodieken hieronder kun je als coach inzetten om hier met je coachee mee aan de slag te gaan.

Methode 1: alle tegenstellingen verzamelen

In de eerste methode laat je de coachee zijn of haar verhaal vertellen en vat je dat kort samen om te checken of het volledig is. Daarna vraag je de coachee om op een vel papier of op losse post-its alle tegenstellingen die hij of zij in deze casus ziet te noteren. Als een voorbeeld nodig is, geef je in dit geval wel zwart wit tegenstellingen. Bijvoorbeeld: open – gesloten, licht – zwaar (of donker), groot – klein. Kijk wat je passend vindt bij de casus, als het maar niet te specifiek is. Je moet niet gaan invullen voor je coachee. Laat de coachee lang genoeg doorgaan met tegenstellingen zoeken. Als er vijf of tien zijn en je merkt aarzeling: vraag dan om een verdubbeling. Vervolgens vraag je de coachee de tegenstellingen te clusteren. Welke zaken horen bij elkaar? De bedoeling is dat telkens 1 deel van elke tegenstelling in de ene categorie valt en het andere deel in een andere categorie. Geef de categorieën nu nog geen labels, laat alleen verdelen. Er mogen ook meer dan twee categorieën zijn, als maar wordt geclusterd. Als de clustering compleet is, vraag je de coachee om een label aan elke categorie te geven. Welk woord past het beste? Houd in de gaten of een label echt resoneert bij de coachee. Vraag zo nodig door. Als de labels bepaald zijn, vraag je naar de betekenis van die labels. Wat betekent dit begrip voor jou? Wat roept het bij je op? Wat denk je bij dit woord? Wat weet je zeker? Doe dit voor alle labels. Als je wilt, kun je nu een uitstapje maken om te achterhalen of deze labels vaker een rol hebben gespeeld in het leven van de coachee. Dat biedt de mogelijkheid om nog extra betekenislagen toe te voegen. Vraag vervolgens of de gekozen labels verenigbaar zijn. Waar concurreren ze met elkaar of sluiten ze elkaar uit? Wat maakt dat dit zo is? Als je de patronen en betekenis eenmaal hebt opgespoord, kun je op verschillende manieren verder werken. Door de achterliggende overtuigingen uit te dagen of te vervangen door helpende overtuigingen, of door waarden met elkaar te verbinden. Op welke manier kan ik vrijheid ervaren én verbonden zijn met anderen? Loslaten en het goede behouden? Rechtvaardig zijn én rekening houden met omstandigheden, etc. Met een oplossing op het niveau van kernwaarden kun je vervolgens terug naar het concrete vraagstuk waarmee de coachee binnenkwam. Verandert daar nu iets?

Methode 2: uitlijnen

De tweede methode maakt gebruik van de theorie van verhaallijnen en is gebaseerd op een gamestorming techniek[1]. Hierbij vraag je de coachee een lijst te maken van alle gebeurtenissen in zijn of haar leven of in de afgelopen x maanden. Kies wat passend is in deze situatie. Als je de tijd beperkt, is er meer ruimte voor detail. Als je de tijd verlengt, zoom je uit en zie je mogelijk meer herhalingen van patronen. Kijk altijd naar de dingen die niet op de lijst staan. Soms zijn daarin patronen te ontdekken. Wat wordt onderbelicht, of is vanzelfsprekend? Als de lijst af is, geef je de coachee een horizontale (tijds)lijn. Je vraagt hem of haar de gebeurtenissen daarin te zetten in volgorde van tijd. En voor elke gebeurtenis te kiezen welke verticale positie erbij past. Soms helpt het om een assenstelsel te tekenen met ook een verticale lijn. Als het even kan benoem je niet waar de verticale posities voor staan. Als je coachee blokkeert noem je ze positief en negatief of rood en groen.  Als alle gebeurtenissen als stippen op de lijn staan, kun je de coachee ze laten verbinden door middel van een lijn. Vraag vervolgens naar de uitersten in verticale zin (toppen en dalen) welke woorden horen hierbij? Laat er eventueel meerdere invullen en vraag wat de toppen gemeenschappelijk hebben. En de dalen? Vraag door naar de betekenis van de gekozen kernbegrippen. Wat betekenen ze en op welke manier spelen ze (nog meer) een rol in het leven van de coachee? Soms levert ook het verloop van de lijn inzichten op voor de coachee.

Ook hier kun je weer op zoek naar de verenigbaarheid van waarden. Mogelijk moet je daarbij een negatieve waarde (iets wat mensen willen vermijden) omzetten in een positieve. Wat wil je hiervoor in de plaats? Net als in de vorige methode kun je dan werken aan verbinding of aan het omzetten van belemmerende overtuigingen in helpende overtuigingen. Je sluit af door het huidige vraagstuk als testcase te gebruiken. Als daar niets is veranderd, is nog een verdiepingsslag nodig.

Meer weten?

Download het overzicht met een twaalftal kernthema’s als inspiratiebron. Binnenkort beschikbaar in de webwinkel: Ruimtelijke Coachtechnieken. Een selectie van coachtechnieken die gebruik maken van de fysieke ruimte om patronen inzichtelijk te maken en vraagstukken op te helpen lossen. Beide, hierboven beschreven technieken zijn relatief eenvoudig ook te gebruiken in teams. Voor aanvullende methoden om te werken met teams volg je de training Aan de slag met de groep, of gebruik je de werkvormkaarten die binnenkort beschikbaar zijn. Meer informatie op www.kattoolsentraining.nl


    [1] Deze coachtechniek is gebaseerd op een gamestorming techniek ontwikkeld door Dave Gray, die zich liet inspireren door een lezing van Kurt Vonnegut over de vorm van verhalen. Gamestorming is een term voor diverse creatieve werkvormen met groepen. Zie ook mijn eerdere artikel De spelende organisatie.

    X